zaterdag 29 augustus 2009

Le journee accompli.



Dit, dames en heren, is mijn perfecte dag. Geen verdrinkende schaduwen, alleen maar de lach van de cylindermannen weerkaatsend aan de bomen. Er is zoete appeltaart en spronkeldend water aan een beekje waarin onze blote tenen baden intussen wij onze handen in welgeurende haren graven.
Je lach laat mij loskomen van de harde grond en zet me ergens neer, op een wolk aan de lichte hemel waarin wij draken en neuzen zien. Mijn lippen voelen zacht en getuigen nog van je laatste kus. Ik adoreer. ik zou zo kunnen slapen, maar ik droom toch al. Er is geen scheur, er is geen barst. de lijnen zijn vervormd en geven plaats voor onze wensen. De dag is nog jong en voorvreugde laat gedachtes dansen.
savonds zullen vrienden komen. Ze zullen fijne melodieen spelen,op hun lichtkastanie bruine gitaren met rode band. Pratend ontspannen en niet over morgen.
Want mischien zijn we dan wel weer gevallen, uit ons paradijsje.
Er is warmte en licht, intensiteit die me schrikken laat.
En net als ik besef, het is echt,
Perfect
hebben wij weer verlaten,
Zonder gedag.

vrijdag 28 augustus 2009

zelfbeschrijving, ook maar persoonlijk.





Mijzelf beschrijven
Ikvind het flink moeilijk.
Ikben een mens met veel gedachtes, ideeen en mijn eigen filosofie die eigenlijk niet van mijzelf is aangezien hij door kleine splinters
samengezet word tot een totaalbeeld, mijn eigen weerspiegeling van de aardbol
waarop wij leven , het leven waar in wij leven, de mensen waar met wij leven.
ik houd ervan mijn gedachtes vast te leggen, in mijn hand, op papier,
ik teken ,schrijf, fotografeer en dicht veel.
Ikhoud veel van muziek echter moet ik eerlijk bekennen, ik ben geen muzikaal talent.
Soms moet je dat gewoon accepteren.
Ik houd van kleren, of eigenlijk meer van uitstraling
waar aan hun iets toevoegen. Ik houd van gezelligheid en pret, ik kan open zijn tot het randje en behoorlijk meegaan in droge humor,
maar heb ook een diepzinnige kant.
Ik houd van mijn vrienden, echtwaar.
Ik doe mijn best eerlijk te zijn tegen anderen en vooral tegen mijzelf.
Ikhoud van uitbundige, creatieve, ongedwongen ,diepzinnige en gevoelige mensen.
maar ook van de hele rest.
Ik heb gewoon extreem veel respect voor mensen en mijn leven ,
ookal vergeten anderen die soms tegenover mij.
Ik heb een blog, en dat vind ik fijn.

Ikheb een gedichtenbundel,
waaraan ik echter nogsteeds schrijf en waar aan ik ook nog
mijn halve leven ga schrijven, I guess.
En die is lekker alleen maar voor mijn liefsten omdat hun het ook echt begrijpen
en het behoorlijk persoonlijk is.
Ik heb een hekel aan commercialiteit,
oppervlakkigheid en voor de rest denk ik er niet graag overna wat ik allemaal haat, maar meer waar ik van hóud.
Ik ben ervan overtuigd dat ik niet in het leven sta om ongelukkig te worden van dingen die ik haat.

Ik weet nog niet goed wat ik met mijn toekomst moet. dat hoort ook niet ,
het is toch niet voorspelbaar.
mischien kunst studeren in Amsterdam.
verder ben ik facineerd door vrijheid, mooie lachen en fijne conversaties.

ik heb een zwakte voor oude bands en schorre mannenstemmen, verhalen, koffie en indiemuziek.
Ik ben flink vergeetachtig.
Ik denk dat het nu goed zo is, echt wel
anders verveel jij je nog.
En dat wil ik niet.

maybe, it´s not important in life to BE strong, but to FEEL strong.
-

donderdag 27 augustus 2009

zondag 23 augustus 2009

De dood.


Ik aanvaard de dood eigenlijk niet als iets dat ik vrees.


Angst voor de dood is illusie.
Het is niet de dood die je vreesd, niet de angst voor de gebeurtenis zelf,
maar voor het verlaten van je liefsten,
mischien ook de pijn die je aanvaren zal,
en daarmee
Zijn het uiteindelijk altijd de gevoelens die deze gebeurtenissen in je losmaken, die je vreesd.
niet de gebeurtenis zelf.

het gaan in het ongekende, en daarmee is het het grootste ongekende.
aangezien niemand weet wat er na de dood wacht.
God,Allah, het hogere, hoe je het ook wilt noemen ookal vind ik het te groots om het aan één woord te hechten,
een liefwaardig beeld waarin je geloofd en je daarmee licht in het ongekende meestuurt
mischien, en zelf dit wou ik een kans tot realiteit geven, bepaald alleen je wilskracht wat er met je ziel gebeurt, wanneer deze niet meer aan je lichaam gebonden is.
Ik geloof het.
Waaom zijn kinderen bang voor het donker, houd het de spoken weg als licht in de vloer schijnt?
Het is de pure angst voor de onwetenheid, wat er in het donker schuilt
Het verlaten van deze veilige wereld, waarin je je plekje gevonden hebt en geborgenheid.
Toch vrees ik hem niet, maybe i'm a fool
Maar ik wl simpel geen angst hebben, voor mischien maar
mijn eigen geloof in dingen
iets dat iedereen ooit gebeurt ,vroeger of later.
ik denk dat het antwoord voor leven na de dood, of het mischien niet leven,
Gewoon in ons zit,
zoals zoveel dingen.

zaterdag 22 augustus 2009

De zwarte kant van het sprookje.



Mijn kommetje inspiratie voor vandaag.
ookal wou ik er iets heel speciaals van maken
en heb ik wel honderd woorden geschreven
En heb ik wel 3 staafjes houtskool opgemaakt
Ik wou eens iets heel
Zwarts.
En mijn gedichtenbundel is er heel erg blij mee.


Gebroken Personen vervagend
In onwerkelijk Straatlicht
Opgezogen door nat,zwart asfalt
Kronkelende Schaduw zonder kontuur,
Vlekken op mijn realiteit
Steeds meer wordend,
Vermengend
Vormen een meer van Zwarte dromen waarop lichtjes hoop
Als schijnen in een schacht verdwijnen,
Slaaploos
Gestapt in deze wereld

Ogen spreken meer dan stille Getuigen
Over mijn voorval,

Mijn losse grip op de wereld,
Mijn,
Angst voor eigen schaduw
Vreet mij op,
Kreten vervagend in eigen
Sloten
Het diepste verdriet wordt maar niet
Uitgehuild
Omdat er geen woorden meer voor zijn.
Zo, diep raken
Houd mij vast
In je armen, In je ogen
En fluister mijn Nachtgebed
Als stille groet
Wanneer wij er niet meer zijn.
Maar weggedwaald in je slaap ,
Het Purpuurn Wereldje achter zachte Lakens
Waarin ik me wil vervangen.
-

vrijdag 21 augustus 2009

Iedereen vertellen dat je het al weet,



En ach, iedereen zich zorgen
Wat ze later willen
maar stiekem
Het ook niet weten.


Nee, ik weet het niet. Dat zou net zijn alsof je het boek al kent voordat het geschreven is. Dat is net, alsof het voorspelbaar zou zijn, mischien leef ik morgen wel niet meer? hoe wil ik dan mijn leven plannen?
Ach, mischien valt vannacht wel een bom op mijn dak of knapt er nou nét een kerncentrale. Of tien. Of word ik morgenvroeg van een auto aangereden als ik de krant ga halen
(Niet, dat ik ooit de krant haal.) Of word ik nou wakker. En blijkt het allemaal maar een bitterzoete droom geweest te zijn. mischien zitten wij wel, net zoals het met onze ziel ook is in een wereld in een andere. En die ook weer in een andere, en die ook weer in een andere, en wat; vertel mijn vriend, als het oneindig is? Een kring, een cirkel
Stomme bestaanstheorie. Of we bestaan of niet. We komen er toch niet achter, I dont care. Een schande voor de filosofie, mischien.
Zo ,je ziet ik kan niet voorspellen. ikwil wel een idee geven, een wens, een kleur,geen plan. Mijn volgend doel is de Kunstacademie, waar ik nou al naartoe werk. Zoals vaders graag vragen; En dan, hoe wil je geld verdienen?
Ach papa, maak je geen zorgen ik trouw later toch met een steenrijke man en woon in een wit huisje met een rood dakje tussen groene dennenachtige boompjes op een heuveltje aan de zee. Goed, probleem opgelost. of als het allemaal niks word wat ik als geboren optimist niet geloof ga ik maar tot Canada trampen zoals die vent in Into the wild en leef ik van bessen en vissen. Want ik ben vegetaries. En anders laat ik me op de maan schieten en ga ik daar een nieuw volk stichten. of allebei. of niets.
Peper voor je inspiratie ,dit, trouwens
Ik vind het erg plezant.

donderdag 20 augustus 2009

mischien is het wel Filosofie.


Ikzoek naar het onuitgesprokene.
Het kronkeld onder mijn voeten en ookal dwingt het mij gewoon meetelopen en niet stil te staan, Ik wil meer dan zien. Ik probeer te begrijpen, de kern te ontmoeten.
Wat is god?
Je voelt het, je ziet het en daarvoor heb je geen spiegel nodig. We dragen elk antwoord toch al in ons, er is toch bijna niks dat we niet weten.
Maar het ligt begraven ,mischien zoals zandkorrels begraven liggen onder een hoop troep. En soms,onder je eigen schoenen.
vandaag ontmoet ik.
Eerst de oppervlakte waarnemen, een handslag, een blik ,een scheve lach
Ze zoeken ook naar het onuitgesprokene, en samen praten wij over het onuitgesprokene.
We geven ruimte tussen woorden en openbaren onze eigen, veelzijdige ,veelkleurige, veelvormige wereld. Die niet onze eigen is
Hoe kun je, wil je het eigenlijk, voor ieder bepalen wat het leven is?
Als je het antwoord in je voelt, mischien voldoet het wel.
Maar mensen hebben spiegels nodig ,hun reflectie in personen geeft stevigheid en houvast.
vandaag wil ik reflecteren
lief hebben
achter het beeldscherm kijken, hoofdrolspeelster in je hoofd zijn
Wij zijn meer dan onze voetstappen over ons vertellen.
mischien voel je
mijn reflectie.

De clown.


Hij houd zijn handen voor het gezicht, lange wit geschminkte vingers verduisteren de rode stof van het gordijn. Zijn hart bonst als een jong dier, stil fluisterd hij. Als ze je horen zwaait er wat.
Hij voelt de stem van de cylinderman, de kleintjes beginnen te huilen. Stil, fluisterd hij en laat in zijn hoofd een kinderlied stromen,
een misstapje op zijn gepoetste schoentjes en ze lachen ,brullen , de schaduwen om hem heen cirkelen hem in en laten het felle licht dat op hem schijnt nog lichter worden, tot het hem verblind. Hij zal vallen en geschopt worden zijn werk, brood, levensverzekering verliezen. Hij is zo uitgeput. Nachten oefende hij, dwang de zwaartekracht om hem niet los te laten, gedansd op een touw zonder houvast waarin alleen een lijntje hem hield voor de vrije val. Dansend op het dak van de aarde. op een touwtje, geweefd door eigen woorden.
De clown trekt zijn strikje recht. raakt met zijn vingertoppen zijn gezicht, heel zacht anders loopt zijn schmink uit. Hij word duizelig van de rook en de hitte tussen het gordijn en zichzelf, maar hier is hij beschermd, hier houd hem iets.
Met een flits realiseerd hij dat zijn naam word uitgesproken. Hij word waargenomen. achter zijn wangen woest een vlammenmeer.
Het gordijn beweegt zich. binnen seconden zal hij zichtbaar zijn, kwetsbaar.
Hij dwingt zich tot een lach. treed voor gesloten vreemden, die wild klappen voor iets dat mischien nooit zou komen.
-

woensdag 19 augustus 2009

over het talent, maar mischien ook niet.




Ik heb een vriend, die me soms opzoekt met een vreemd lachje op zijn lippen. Hij verft, hij schrijft, hij schetst, en soms praat hij ook met mensen. Hij is slim, mijn vriend. Hij is creatief. Hij is naamloos en toch briljant. Hij is bescheiden en toch houd iedereen van hem. Maar hij is er niet altijd, soms moet hij ook weg.
Eronderdoor. Hij verlaat me dan. Hij verstopt zich niet, zo flauw is hij niet. Hij is er gewoon even
Niet.
En als mensen vragen hoe hij dat doet.
Geeft hij geen antwoord
En als mensen vragen waar hij blijft
Het spijt, ik weet het niet.
Hij is wijze, mijn vriend. Hij weet wat het beste voor hem is en ook voor jou en mij. Hij is kwetstbaar, mijn vriend. Hij draagt de sleutels van dat hele gevoelspotje bij zich, in het jaszakje van zijn verfbesmeerde Jas. Hij houd niet van de realiteit waar hij deel van uitmaakt.
Hij laat zich niet dwingen. Door niemand, daar kun je roepen, de nacht in schreeuwen, hij komt alleen maar bij sommigen en soms.
Ik noem hem puur geluk, maar hij lacht daar alleen maar over.
Zijn gezicht is tegelijkertijd een pretface en ook een portret van “Schreeuw”.
Hij is gevoelig en sentimenteel. Begrepen word hij door niemand, hij is populair maar tegelijkertijd eenzaam.
Hij zoekt niet naar Inspiratie, inspiratie zoekt hem op.
Hij is een vluchtige vreemde en toch mijn vriend.
-

"mama, de man met de cocaine is er."





Lichten vliegen langs. Net zoals de stof op het asfalt, de mensen in hun roestige autos en de grimmige gezichten langs mij heen. Met doffe gevaarlijke ogen branden ze gaten in de stinkende lucht, hun voeten scheef op straat gezet en overgestoken zonder te kijken. Hun laatste dag is toch dichtbij. Autos slaan op hun stuur, de gillende toeters getuigen van de agressiviteit die in woeste rillingen vanuit elk persoon in deze wijk uitgaat. Als het niet agressiviteit is, is het angst. Je leest het in hun ogen. De schaduwen in ze, oppervlakkige getuigen van het verdriet en de wanhoop, dat achter hun leeft. Ze verdrinken het. Braken het in de goot waneer het goud, dat hun enkele ogenblikken ongedwongen geluk liet voelen uit de hersenen is verdwenen. Ze blazen het in kleine spiralen in de lucht. De straat stinkt naar kattenpies, braaksel en de geur van verbrand vlees, dwelmend uit het dönerhoekje boven op de straat.In de rivier aan de wijkrand drijven Aldizakjes naast luxe speedboten van de rijken, die aan de andere kant van de rivier leven. Een kind met blond geverfte hanenkam en vettige huid rent met een zakje wiet in zijn hand de stoep op, verdwijnt in een donker straatje. Zijn voetstappen weerkaatsen aan de vochtige muren, grijs opstekend zoals elk gebouw in deze wijk. Geen kleur in dit leven, dichtgebouwd achter geweld en baksteen.
-