donderdag 20 augustus 2009

De clown.


Hij houd zijn handen voor het gezicht, lange wit geschminkte vingers verduisteren de rode stof van het gordijn. Zijn hart bonst als een jong dier, stil fluisterd hij. Als ze je horen zwaait er wat.
Hij voelt de stem van de cylinderman, de kleintjes beginnen te huilen. Stil, fluisterd hij en laat in zijn hoofd een kinderlied stromen,
een misstapje op zijn gepoetste schoentjes en ze lachen ,brullen , de schaduwen om hem heen cirkelen hem in en laten het felle licht dat op hem schijnt nog lichter worden, tot het hem verblind. Hij zal vallen en geschopt worden zijn werk, brood, levensverzekering verliezen. Hij is zo uitgeput. Nachten oefende hij, dwang de zwaartekracht om hem niet los te laten, gedansd op een touw zonder houvast waarin alleen een lijntje hem hield voor de vrije val. Dansend op het dak van de aarde. op een touwtje, geweefd door eigen woorden.
De clown trekt zijn strikje recht. raakt met zijn vingertoppen zijn gezicht, heel zacht anders loopt zijn schmink uit. Hij word duizelig van de rook en de hitte tussen het gordijn en zichzelf, maar hier is hij beschermd, hier houd hem iets.
Met een flits realiseerd hij dat zijn naam word uitgesproken. Hij word waargenomen. achter zijn wangen woest een vlammenmeer.
Het gordijn beweegt zich. binnen seconden zal hij zichtbaar zijn, kwetsbaar.
Hij dwingt zich tot een lach. treed voor gesloten vreemden, die wild klappen voor iets dat mischien nooit zou komen.
-

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen