woensdag 19 augustus 2009

"mama, de man met de cocaine is er."





Lichten vliegen langs. Net zoals de stof op het asfalt, de mensen in hun roestige autos en de grimmige gezichten langs mij heen. Met doffe gevaarlijke ogen branden ze gaten in de stinkende lucht, hun voeten scheef op straat gezet en overgestoken zonder te kijken. Hun laatste dag is toch dichtbij. Autos slaan op hun stuur, de gillende toeters getuigen van de agressiviteit die in woeste rillingen vanuit elk persoon in deze wijk uitgaat. Als het niet agressiviteit is, is het angst. Je leest het in hun ogen. De schaduwen in ze, oppervlakkige getuigen van het verdriet en de wanhoop, dat achter hun leeft. Ze verdrinken het. Braken het in de goot waneer het goud, dat hun enkele ogenblikken ongedwongen geluk liet voelen uit de hersenen is verdwenen. Ze blazen het in kleine spiralen in de lucht. De straat stinkt naar kattenpies, braaksel en de geur van verbrand vlees, dwelmend uit het dönerhoekje boven op de straat.In de rivier aan de wijkrand drijven Aldizakjes naast luxe speedboten van de rijken, die aan de andere kant van de rivier leven. Een kind met blond geverfte hanenkam en vettige huid rent met een zakje wiet in zijn hand de stoep op, verdwijnt in een donker straatje. Zijn voetstappen weerkaatsen aan de vochtige muren, grijs opstekend zoals elk gebouw in deze wijk. Geen kleur in dit leven, dichtgebouwd achter geweld en baksteen.
-

1 opmerking: