woensdag 19 augustus 2009

over het talent, maar mischien ook niet.




Ik heb een vriend, die me soms opzoekt met een vreemd lachje op zijn lippen. Hij verft, hij schrijft, hij schetst, en soms praat hij ook met mensen. Hij is slim, mijn vriend. Hij is creatief. Hij is naamloos en toch briljant. Hij is bescheiden en toch houd iedereen van hem. Maar hij is er niet altijd, soms moet hij ook weg.
Eronderdoor. Hij verlaat me dan. Hij verstopt zich niet, zo flauw is hij niet. Hij is er gewoon even
Niet.
En als mensen vragen hoe hij dat doet.
Geeft hij geen antwoord
En als mensen vragen waar hij blijft
Het spijt, ik weet het niet.
Hij is wijze, mijn vriend. Hij weet wat het beste voor hem is en ook voor jou en mij. Hij is kwetstbaar, mijn vriend. Hij draagt de sleutels van dat hele gevoelspotje bij zich, in het jaszakje van zijn verfbesmeerde Jas. Hij houd niet van de realiteit waar hij deel van uitmaakt.
Hij laat zich niet dwingen. Door niemand, daar kun je roepen, de nacht in schreeuwen, hij komt alleen maar bij sommigen en soms.
Ik noem hem puur geluk, maar hij lacht daar alleen maar over.
Zijn gezicht is tegelijkertijd een pretface en ook een portret van “Schreeuw”.
Hij is gevoelig en sentimenteel. Begrepen word hij door niemand, hij is populair maar tegelijkertijd eenzaam.
Hij zoekt niet naar Inspiratie, inspiratie zoekt hem op.
Hij is een vluchtige vreemde en toch mijn vriend.
-

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen