dinsdag 20 oktober 2009

Autopiloot.


Some peoples have real problems.

En toen stond ik er, liep ik de lange gang langs mijn groen jasje over de grond sleurend. Ik moest bijna overgeven van angst, zoveel zwarte koude angst, onmacht toen ik de strak getrokken lijnen richting Intensive Care volgde, en toen hoofd op autopiloot. Alsof er iemand meeschreef, maar niet meer in staat was om te beseffen, dat kleine kamertje waarin ik, mijn vader opa en oom zaten, terwijl mijn moeder door de nacht aan kwam vliegen uit Griekenland , slecht, gruwelijk nieuws naagde aan ons allemaal. En toen de woorden, eerst struikelend, dan vloeiend als een tapijt uit de mond van de dokter, al toen hij ons zijn hand gaf voelde ik het.
Zwaar hersentrauma, schedelbreuk, hersenbloedingen. Ze ligt in coma. Eerste operatie achter de rug, acuute levensgevaar. Als ze overleefde, nietmeer de zelfde, grote kans op blijvende schaden . Eerst een gat, zich opendoend en me opzuigend, dan koud besef, dit is niet echt. Ik droom. Knijpen, trappen, water over je heen gooien. Je droomt, wakker worden dit gebeurt alleen maar in filmen of je ergste nachtmerries. En ookal zeiden al die silhouetten om me heen dat het echt was, het kon niet, het kon gewoon niet.
Wachttijd, we mochten naar haar toe. Ik wou niet, ik was alweer misselijk
Dan, plots tweede hersenbloeding. Weer dokter naar ons toe, nou bloed op zijn groen overal, tweede operatie vannacht, wachttijd tussen 3 en 4 uur. Geen tijdbesef, staand in de kou voor de sissende deuren, coffeine in je gietend ookal wou ik het zo graag, in slaap vallen en wakker worden, mijn zusje naast me. Maar, er was geen ontwaken aan, alleen dat wat me stond te wachten wanneer ik morgen over mijn shock heen was. En iedereen sprak in „ze was“ en „wat nou als“- vorm, kaarsen overal kaarsen en biddende handen, we bidden God, zie ons toch maar diep vanbinnen weet ik, ze verlaat ons nou of niet.
Feiten, knalharde feiten. 15 meter diep gestort.
En toen, weer een hersenbloeding, derde operatie die nacht. Wat een gruwelijke nacht maar ik doorwaad hem als onwerkelijkheid, de koude rustige stem in mij heeft gewonnen. Teveel om te beseffen.
En dan, om vijf uur sochtends zien we haar eindelijk, intensive care, één voor een oprecht naar binnen lopend en gebroken op de grond zakkend, wanneer je het bed waarin ze ligt de rug toegekeerd hebt. En ik huil, ik huil woordenloos als ik al die gestaltes in de bedden zie, als reusachtige babys slapend met beademingsapparaten en kale hoofdjes, en een daarvan mijn zusje. En ik kijk naar haar oor, want meer herken ik niet terug.





ik wou dat ik dit verzonnen had.

dinsdag 13 oktober 2009

-


En als ik je nou vertel, dat het allemaal helemaal goed komt, lieve Piekeraar
wil je me dan,
asjebliefd
Geloven.

Lieve stem, ik wil best
maar ik kan nu even niet
Gedachtes draaien cirkels waardoor ik val
in een zee waarop ze varen en gevoelens verdrinken, mij verdrinken?

Het komt allemaal goed.
Goed, zonlicht en lach ,licht en euphorie
Je zult dansen, sta op en adem.

Ik zal niet dansen, struikelen zal ik

Over je eigen voeten hoog uit.

ik moet alles doordenken, en toch zal het net anders gaan
Het maakt me bang, de onzekerheid over het komende
Ik wil
niet
vallen.

Laat het dan varen.

Laat me met rust.

zaterdag 3 oktober 2009

Vreemde bekende.


zacht gevallen tegen het koude glas, schok door je hoofd, slaap moet weggestopt worden.
mensen, emotieloos voor zich uit starend, blikken in kranten borend of deelnaamsloos uit het raam silhouetten vervolgend, schaduwen vloeibaar door de regen heen. Hier en daar wat gemormel, maar wijdgaand geen gezamelijk gespreksthema te bekennen, iedereen hangt zijn gedachtes achterna tot hij op het kleine rode knopje drukt, voorzichtig opstaat en de glazen deuren zich met een sissen openen, stappend in eindeloze regen, verdwaald tot we verder rijden, razen en vergeten
Mischien ken ik je al jaren.
Ik zit al maanden, jaren in diezelfde overvolle acht-uurbus, onze bestemming is elke morgen bijna hetzelfde, maar verboden in kontakt te treden,
want jij stapt twee haltes voor mij uit.
Wij kennen elkaar niet.
Vreemd, vreemden openheid word niet waardeert.
Mijn bestemming is niet dejouwe, wanneer onze blikken elkaar kruisen kijken we al snel langs elkaar heen, verloren in het moment ,in het nietssspreekende beroepsverkeer.
Die vrouw met die grote ogen, elke morgen onzekerheid verstoppend achter een laag veel te dikke poeder en paarse lipstift.
Ikweet zeker, dat je onder dat masker veel meer bent.
Dat kind met zijn overgrote rugzak elke morgen weer met moeite de bus ingestapt, gehinderd door zijn kolossale omvang
Die petjes jongen, elke dag weer met hetzelfde deuntje achterin zittend tot er weer iets nieuws in de charts komt, laatste bankje links, als een onbesproken belofte.
En achter elk van hun, een levensverhaal, die ik alleen maar kan verzinnen terwijl mijn blikken hun vangen en weer loslaten, en ik
wie ben ik in dit midden
Het meisje met die lange haren en die paarse schoenen, dat iedereen elke morgen zo, onderzoekend aankijkt?
Jij kent mij niet.
Frustrerend.