zaterdag 3 oktober 2009

Vreemde bekende.


zacht gevallen tegen het koude glas, schok door je hoofd, slaap moet weggestopt worden.
mensen, emotieloos voor zich uit starend, blikken in kranten borend of deelnaamsloos uit het raam silhouetten vervolgend, schaduwen vloeibaar door de regen heen. Hier en daar wat gemormel, maar wijdgaand geen gezamelijk gespreksthema te bekennen, iedereen hangt zijn gedachtes achterna tot hij op het kleine rode knopje drukt, voorzichtig opstaat en de glazen deuren zich met een sissen openen, stappend in eindeloze regen, verdwaald tot we verder rijden, razen en vergeten
Mischien ken ik je al jaren.
Ik zit al maanden, jaren in diezelfde overvolle acht-uurbus, onze bestemming is elke morgen bijna hetzelfde, maar verboden in kontakt te treden,
want jij stapt twee haltes voor mij uit.
Wij kennen elkaar niet.
Vreemd, vreemden openheid word niet waardeert.
Mijn bestemming is niet dejouwe, wanneer onze blikken elkaar kruisen kijken we al snel langs elkaar heen, verloren in het moment ,in het nietssspreekende beroepsverkeer.
Die vrouw met die grote ogen, elke morgen onzekerheid verstoppend achter een laag veel te dikke poeder en paarse lipstift.
Ikweet zeker, dat je onder dat masker veel meer bent.
Dat kind met zijn overgrote rugzak elke morgen weer met moeite de bus ingestapt, gehinderd door zijn kolossale omvang
Die petjes jongen, elke dag weer met hetzelfde deuntje achterin zittend tot er weer iets nieuws in de charts komt, laatste bankje links, als een onbesproken belofte.
En achter elk van hun, een levensverhaal, die ik alleen maar kan verzinnen terwijl mijn blikken hun vangen en weer loslaten, en ik
wie ben ik in dit midden
Het meisje met die lange haren en die paarse schoenen, dat iedereen elke morgen zo, onderzoekend aankijkt?
Jij kent mij niet.
Frustrerend.

3 opmerkingen: