zondag 27 december 2009

Gisternacht ben ik in mijn hoofd verdronken.




En ik hoorde je zachte voetstappen op de houten vloer; elk bleek een stille belofte te zijn
jij,
vervullend mijn ogen, verheerlijkend de morgen
en soms liepen wij hand in hand, tot onze voeten zich omsloten.
wij schilderen silhouetten in zacht licht
En ik fluisterde in je gezicht dat nog ingenomen was door schimmen,
hier zijn we, voel me stilstaand in je schaduw.
en mooier dan je getekende mond in het schuwe ochtendlicht,
in je zwarte inktregen waarin we sneller dan treinen vervagen
gesloten in vervlogen momenten die we buiten tijd opnieuw beleven,
ik weet dat jij er was.
en ik voel je woorden vloeibaar zichtbaar door mijn glazen gedachtekom
Ze dreven op een meer van emoties, waarin we verdronken, verdwenen.
Vannacht verdwaal ik in dromen, zie lichtdoorwadende bomen
die de sterren glans ontnemen, hun licht in zich opnemen
voetstappen vervagend op wegloos zwart
rennend door schaduwen die jou ooit observeerden
en ik schreeuw, krijs en doorkras met scherpe vingers
het heden, de oppervlakte
maar tot verleden doorgedrongen,
was jij al lang vertrokken.
-

zaterdag 12 december 2009




Ik weet wie je bent. Ik wou het je alleen even vertellen. Ik houd, van dat wat je bent. Precies, van wat je ,bent.
ik voelde het in cirkels opdwarrelen, ik voelde het warm en lichtelijk op mijn gezicht neervloeien.


Ik liep door donkergrijze muren heen, silhouetten staarden me door intense duisternis aan, misschien onderzoekend. Ik gaf hun geen beeld, ik sloot me gewoon op in mijn eigen onzichtbaarheid en voelde warmte van binnen, een deel was verlicht, en ook als het andere deel nog in nacht gedoopt was, trok iedereen aan dat kleine, gouden deeltje hoop.
En ik warmde mijn vingers aan het, toen ze in koude angst gedoopt waren.
En toen ik mijn ogen sloot, midden op straat bleef staan en even mijn hemeloog volgde, zag ik je weer staan.
Voelde ik weer jouw handen in demijne, je woorden aan mijn lippen.
liefste, ze raakten me. elk van hun. en ook ,toen ze niet meer enkel door vormen spraken.
Maar iedereen rent alleen, iedereen vind zijn eigen weg door de nacht.
ik kan me een tijdje laten dwarrelen, maar dan zou ik toch weer mijn eigen weg langs moeten lopen. daar kan jij mij niet brengen.
Niemand kan me daar brengen, alleen mijn individu.
En dat is sterk, en groeit door jou .
En hij is toch zo bang om te struikelen, je gaf me werkelijk ,steun.

Misschien durf ik ooit weer te schreeuwen, als ik zeker voel dat het niet alleen in me echoot tot het mijn binnendste muren zwart verft.
Schreeuwen in de nacht hebben meer effect.
Gewoon doorlopen
Je komt er wel.