zondag 21 november 2010

Ik
ben
echt
een
P I E K E N/R K O N I N G

flauwe grappen

zondag 7 november 2010

Josje !

g


A l t V a r ö H l j ö t t

1152609022_6_wM79

zaterdag 6 november 2010

Stop Motion.


Q Bent u graag alleen?

A Alles op zijn tijd.

Q - Zijn de zaken geregeld?

A Absoluut niet.

Q Bent u een ochtendmens?

A Tot 4 uur wakker blijven - ja

Q Hoe zou u graag heten?

A Camille.

Q Slikt u nogal veel in het algemeen?

A Nooit.

Q Heeft u vrienden zonder auto?

A uitsluitend

Q Werkt u niet snel, maar wel volgens de regels?

A Precies

Q Waar bent u tegen?

A Geert Wilders

Q Gaan de dagen te snel?

A Non

Q Of is het u om het even?

A Oui

Q Komt u vaak te laat?

A Bijna nooit

Q Speelt u dan de clown?

A Dat wel.

Q Mist u iemand die al weg is, al heel erg lang?

A Mhmmm

Q (En valt er dan soms regen?)

A !

dinsdag 5 oktober 2010

A L L E M A A L

Waren Wij

zondag 26 september 2010

Jy suis jamais allé.

We allen vluchtigen sneller dan schaduwen over het hemeldek
Ik open mijn ogen een vleugelslag lang,
werp mijn blik in jouw lichtpoorten en zie mijn silhouette drijven, tot hij ondergaat in de kolkende dieptes van je pupil.
Je went je blik af.
Ik strijk over je huid, verberg mijn klanken en trek me terug achter tranenmuren,
versluit mijn lichtpoorten voor je ijzere stiltes.

Will je terug? Fluister jij. Ik drijf even in het meer dat je vraag creeert, dan knik ik zachtjes. Je handen vinden demijne. Ze zijn net zo koud als jij, je vingertoppen breken op mijn huid als ijs in ochtendzon.
Je stuwt rook in het luchtledige, zuigt mijn antwoord met enkele wolken in je. Ik huiver.
De duisternis daalt met zachte stappen op ons neer, ik dek me ermee toe, verlies me enkele momenten in de golven van je adem.
Wanneer ik weer bovenduik zijn je lichtpoorten gesloten.
Ik kruip in de geborgenheid diep in je,
welwetend van onze laatste Inktnacht.

dinsdag 21 september 2010


Je binnenste kring was als zijde in wind,
ik vluchte in je kralenoog
sloeg vleugels in je,
wiegte in wind en duisternis
beschermt door eigen zielslicht
tot mijn ogen stormangst schreven.

Het morgenlicht verzadigde illusies in rook,
Onze tenen voelden we niet meer.
Fier zweeg je in grote halen
weerspiegelend de adem in je ogen
Dronk onze laatste rest tweezaamheid
Roesvol doorboorde je het hemelsdoek.

En ik bouwde een nest
Reizende was jij,
Maar je fluisterde mijn naam
Opgeslagen in de Ochtendveren van je bestaan.

maandag 20 september 2010

Helios.










Het Voelt als W i n t e r .



donderdag 9 september 2010

Ik dacht vroeger dat Augurken dieren waren.

woensdag 1 september 2010

Je wachte tot mijn ogen schemerden
ik sloot me in je op,
bracht mijn vogels binnen,
liet mijn katten buiten
rolde me in je op
keek naar het licht
dat zeldzaam vertrouwd in je ogen vloeide
als regen ruiten aait.

Het mooiste waren je schaduwlachen
die ik in mijn handpalm kuste
De zoete tranenmeren
die we deelden,
toen ik rillingen fluisterde
die tegen je oogleden aan braken.


dinsdag 31 augustus 2010

J I J
Doorsneed met een b l i k mijn Adamsappel
JIJ breekt'T mijn woorden in hun W O R T E L S
Jij
V ER V L U C H T I GD mijn gedachtes
in hun
H OR I zon

L A C H E n D met een Blik
Ik kende ze
voelde ze
Ma a r Ver dwenen in de
Stilte
B en ik je kwijtgera akt .


Ergens
Daar b u i t e n

In mijn Inktgordijn



dinsdag 17 augustus 2010

Ver van huis.

Ik ben zoveel meer dan deze zwarte spiegel die me ver op zijn golven draagt en op andere dagen naar beneden trekt.
Wat het ook is, daar in de dwarrelende diepte van mijn gevoelsmeer, Wat me ook van binnenuit steeds weer laat bezwijken, ik moet het grijpen en stukje bij stukken laten bloeden, in zijn ogen kijken, dwars door zijn vuurmeer recht in mijn lichtblauwe waarheid. Terugvinden, woorden en vormen die nu verbannen lijken uit mijn zielspoorten.

Hoe groter mijn verlangens hoe dodelijker ze zijn voor mijn bestaan
Deste meer ik zie wat ik wil zijn deste meer sterft mijn bodem af, ik hou je vast met een tedere omhelzing maar wanneer ik mijn hand open is mijn geheel gebroken, je slaat om in paniek, met blote hand brul je op me in. geheel vervormt door de angst om niet diegene te zijn die ik sinds kort zijn móet, sterker. waarnaar alles in me schreeuwt, een vreemde die me al erg lange tijd begeleid, alles in afgrijselijk fel licht baad. onmogelijk mijn eigen sterkte te zien. Waar ben je teder klein meisje? Waar is je lichtwitte oogbal, je donkerblauw wolkenmeer gebleven?
Je keek er zo graag doorheen.


Soms is het net verdoving die met golven me slaapkamer binnenrolt, en zo diep ik ook in lieve conversaties en entertainment kruip, het zit daar en wacht tot de volgende eenzame ademhaling.

Moet ik over mij heen zijn? moet ik verwerkt hebben, moet alles buiten en gereinigd zijn, of is dat een aanzicht die mijn ogen slechts verduisterd en water laat wurgen?
Ik huiver over je, over je woorden en mijn afhankelijkheid
Ik wil van je af, of ik wil je zijn.

vrijdag 23 juli 2010




SCHATJES DIT BEHANG WORD HET!!!11!!

donderdag 22 juli 2010

1,2,3,4




Op een dag zullen we allemaal heel gelukkig zijn.
We zullen in een appartementje in Amsterdam wonen, met grote lichtpoorten en drie-kleuren-tandpasta, rode spaghettischotels en donkergroene muren.
Natuurlijk zijn we allemaal succesvol en zitten we elke tweede avond bij een grachtje met gebrokenwitte ballonjurkjes en flessen wijn.
Wanneer ik savonds vanuit de kunstacademie naar huis kom, ruikt het hele huis naar eten en schalt er Beirut door de schemerige kamers.
Ruben designt haar eigen modeketen en de hele vloer ligt vol met zijde.
Als je vanuit ons raamkozijn naar buiten kijkt, zie je mensen en vogels vliegen,
Er zullen zwaluwen zijn, en als je op de rode dakpannen zit kijk je uit tot je blik in een blauwe streep aan de horizon verdrinkt.

Mama en Volker hebben daar een vakantiehuisje aan zee, waar ik ze regelmatig op zal zoeken. Ze zitten daar met een sigaretje en zilver haar aan de kust, elke avond shrims met een Indisch gerecht ,want daar houden ze van.
Leonie is bijna negen en komt elke dag met een vriendinnetje of twee naar huis waar ze achter het huis op het strand gaat spelen. Ze heeft een klein aquarium met goudkleurige visjes erin, en een paar oesters die ze van de grote rotsen bij de pier geplukt heeft.

Papa maakt een wereldreis en zit momenteel in Alaska. Nu leest hij niet langer over grote reizen en avonturen, maar beleefd hij ze zelf. Hij heeft een vrouw leren kennen en een goede vriend teruggevonden, elke maand komt een brief aan over wat hij beleefd heeft, en hoe gelukkig hij is.
Tabea richt inmiddels samen met Lindsay een kinderboerderij op.
In de zomer verkopen ze aardbijen die ze met de kleuterklassen geplukt hebben.
Tabea heeft haar haren lichtbruin geverfd en draagt ze in twee staartjes. Ook al is ze 19, er ligt een kinderlijke lach op haar gezicht en in haar grote ogen lees je haar lichte ,ongedwongen manier van leven.


We beleven met gesloten ogen onze treinreis.
Ik zie niets, toch voel ik mijn bestemming en dromen.
In mijn coupe begint het langzamerhand te schemeren,
Met elke ademhaling nader ik een nieuw hoofdstuk.

vrijdag 2 juli 2010


Word allemaal lid van http://www.vernalena.blogspot.com/ !

zondag 27 juni 2010

Zo een geweldige nacht, vol met euphorie en liefde. Liefde voor het leven, de mensen om me heen, muziek, het moment.Intens. En toen ik buiten kwam was de nacht weg, opgezogen door de krachtvolle horizon, meegenomen door de zachtroze wolken aan de hemel, zelfs de mensen die alweer naar hun werk fietsten maakten op me een compleet andere indruk dan ze overdag deden. maar het was alweer overdag. En ik liep hier, met een heel ander gevoel in me dan al die mensen om me heen. Mijn ogen keken anders naar de wereld, mijn voeten hadden niet 5,6,7,8,9 uur stil in een warm bed gelegen, nee ze deden een beetje pijn en verlangden ernaar. En toen we bij het appartement aankwamen voelde ik de warmte van de dag alweer vibreren in de hemel. we kwamen iemand tegen, die wenste ons een goedemorgen. Ik viel in bed en zomee in slaap, gevolgd door dubstepbassen en een zacht wobwobwob.

woensdag 23 juni 2010

De nacht die ik tekende met gesloten ogen
Ik voelde je adem zacht golven slaan op mijn huid
Vreemde tinten doorsneden het zonlicht
Verscheurden mijn zielszicht
In duizenden scherven oneindigheid.

Mijn voeten doorwaden zeeen
Als lucht de ochtend meeneemt
Mijn handen vormen dieptes
Waarin je duikt
Mijn vervlogen heden schreeuwt uit holle keel
Tweezaam in de scherven van de ochtendzon.


dinsdag 8 juni 2010

Fermez les jeux.



Wat ik ben, vertaald door jou
Wij zijn meer dan geilusineerden
Er is meer dan liefde,
geband in jouw blik
ik voelde je hiervoor
We willen niet spreken, voordat de zon opgaat
We zullen dansen als het licht
Over stenen vlijd, ons kust
Samen versmeltend in een kern
Gebonden door gesprekken
Lichtelijk tintelend aan de oppervlakte
Woorden vloeiend zichtbaar in jouw golven,
uiteindelijk weerspiegelend,
aangespoeld in jouw handen
We kunnen vormen
Mijn lach breekt in hun,mijn vertrouwen verliesd veren
Voelend tot we beginnen
Met tranen die onze randen laten overstromen
Maar we zijn in geluk gehuld
En jij bent de kust
Ik wil varen
In jouw oceanen

vrijdag 4 juni 2010



Het was vroeg in het zijn toen de grote kraaivogel het zachte dode licht van opkomende zon op zijn schaduwsilhouette opving,
Zijn ogen waren schaduwstromen en elke traan vormde een nieuw touw naar de aarde; Zijn vrijheid begrenst in medelijden, zijn zielswens verscheurd door golvende ademhaling.

Wat hij voelde viel niet te beschrijven, wat hij dacht evenmin.
Hij had alle wereldkennis in zich opgesloten, elk splintertje in zijn glaslichaam voelde voldaan en in evenwicht, en toch miste hij iets, toen hij door de stralende wolkenmeren opsteeg begeleid door het kraken en rinkelen van zijn eigen lichaam;
Mischien was het de nacht
de duistere inktmeren, de stilte in zijn ogen
Mischien de warmte,
smeltende beken in zijn schouderbladen, vloeiende pijn
Mischien zijn eigen grenzen en zomee dat wat in zijn grenzen opgesloten zat.

woensdag 26 mei 2010

Over 100 jaar zijn alle mensen om mij heen gestorven, net als ik.
Weggevaagd als krijt in regen, hele verhalen opgeslokt in zwart asfalt,
Teruggekeerd naar het niets waar we uit groeiden.
We zijn maar reizigers, schimmen in deze wereld,
niemand zal over 100 jaar aan ons denken, de wereld dankt ons niet voor het zijn, wij bedanken de wereld.
Sommige mensen leven liever in één langgetrokken lijn, smal maar wel rijkend tot in verre leeftijd.
anderen leven het liever breder met kans op een voorspoediger Einde.
De vraag is waar je voor jezelf meer waarde aan hecht.
Ik aan het tweede.

De dagen slaan in een zachte roes in elkaar over, ik merk dat dit een goed en belangrijk stukje in mijn eigen bestaan is.
Ik vind zeeén rust in me, die er hiervoor nooit waren.
Ik waai vleugen invloeden op me af, net als golven arriveren ze in mijn ogen en ik vis meerdere op om ze in mijn lichtpoorten toetelaten om korte tijd later de helft weer weg te tranen.

Ik ben laatst tot de conclusie gekomen dat ik niemand anders zou willen zijn. Totaal niet. Dat ik precies degene ben die ik wil zijn, voor dit moment.
Ik heb mijn thuis gevonden. Gebouwd uit speciale mensen om me heen die ik al jaren in me voel en mensen die komen en gaan, waar ik mooie momenten deel om ze later weer te vergeten.
Ik ben niet verbogen, ik voel geen onrust.
Ik dank de mensen en invloeden die me gevormd hebben, alle goede en slechte.
Everything is in its Right Place.

maandag 24 mei 2010



Je lichtpoorten
vervuld met schaduwstromen
waarop je ziel als golf vervalt
Je gedachtenmeer laat geen dromen
Je reis is voorbestemd tot onwetendheid
De reis in je kern
Je ademd ijzer licht
met een vleugelslag vertelde jouw zielsvogel
mij
jouw zicht.

zaterdag 24 april 2010

Volwassen worden.



"Fifteen...sixteen, what's the difference?" said Margot, "I want you to stay next door forever."
"I can't," said Mitchell, " I do not want to go wake up in the same old bed and eat breakfast in the same old kitchen. Every room in my house is the same old room, because I have lived there too long.


Vandaag aaide de lucht mijn wangen
Mijn voeten cirkelden steeds sneller door de lucht,
mijn handen grepen lichtelijk het stuur en lieten ze soms
voor enkele momenten, los
Met elk stukje zonlicht ademde ik vrijheid.
En ik moest denken aan mijn toekomst
Dat ik de weg van mamas naar papas huis wel ging missen.
Elke steen hier, zelfs die kleine vervelende hond van de buurvrouw waar Lisa ooit in de zomer limonade over gegoten had.
Al mijn vrienden, die maar een of twee straten verderop wonen.
De magnoliaboom in het park waar ik vroeger met mijn zusje onder zat en "parfum" maakte.
Het grote witte huis dat je vanuit het schuurdak van de boer ziet, waar Amelie woont en altijd al woonde.
De busreis in lijn 28, trouw elke morgen om 8:00 precies bij het bussstation, 69 stappen verderop.
En dat alles over 2/3 jaar afsluiten, achterlaten wil ik niet zeggen, voor Amsterdam, een Kunststudie, de voor mij ultieme vrijheid en een rode spaghettikom.

woensdag 21 april 2010



De zachte schimmen van de bloesemsilhouetten
Kleuren spookgedaantes in het hemeldoek
Mijn stem scheurt gaten in de stilte
Die geluidloos, als gedachtenschimmen in een roes
Door de onbevaren rivieren onder je ogen glijden
ik zeil met mijn blik door de diepte van wolkenmeren
mijn handen doorkamden ruw de laatste zielsnacht
op zoek naar het eerste vonkje ochtend
dat mij absorbeerd, mij redding geeft
In de kolkende stromen van mijn gedachtes
Ondergegaan voordat het leven wederkeerde
Vervluchtigd, ik adem zwarte stukjes duisternis.

woensdag 14 april 2010


Vandaag rees ik in mezelf
Als een opkomende kring vol warmte
Vervangen in mijn eigen stralen
Verzonken in mijn eigen tranen
Mijn ogen werden lichtpoorten
Waarmee ik door mijn zielstuin wandelde
Mijn woorden bloeiden in je zoete lach.

Gevluchte scherven van geluk, lichtvoetig dansend
Op de meren van mijn kwetsbaarheid
De donkere gedaantes achter gebroken spiegels
De stroom van leven, ruisend in mijn oren
Gesloten ogen, belangloze woorden
Ik weerspiegelde
In het kralenoog van mijn zielsvogel.
Ik dreef in mijn zijn
tot de realiteit mijn vlot brak.

Ergens in de diepste sloten
Waar water dwarreld in een spiraal tot de kern
Waar silhouetten als lichtjes drijven
Enkele, stukjes van bestaan
Kwam ik jou tegen.
-

maandag 5 april 2010




Mijn blik kruisigde jouw tocht
Door zonlicht gevlochten, in mijn glazen ogen gebroken
Cirkelende stralen vervormend de zachte kus
die in mij rust
En ik snak naar adem door mijn inktverloren belofte
Woorden die mijn zielvogel met enkele vleugelslagen verband
Verbrand op mijn tong, gefluisterd door zijn kralenogen
En ik bond hem vast, hield hem in mijn hand
Blijf badend in mijn zielslicht, blijf transparant in mijn grijze nacht
Tot mijn verloren poorten sluiten, jouw roes vervuld
Jouw bestaan dwarreld
Ik verloor je in onze laatste inktnacht.

woensdag 31 maart 2010

Zeg mij
Wat ik vertelde
Over
Hoe ik me voelde
En wat er
In mijn eigen inkt
Geschreven staat
jouw glazen blik bevroren in mijn vingertoppen doorhullend de stilte van mijn zijde doorborend de meren waarin jij vaart en het water dat een kreet van afscheid in zich opslaat.

maandag 22 maart 2010

You have to go into the sun, you have to go inside.





De dag die we kozen
Zonder glasstralen doorreizend de stilte
Verloren
In de meren van je hoofd
In de afgronden achter je woorden, ik proefde ze
Toen ik bij je stond

De lichtjes in de verte door mijn spiegel heen
Kapotgetrapt
Toen je tegen mijn huid aan brak.

Ik sloot mijn ogen en zag je blik
Net als zomerwind in honinghaar
De verende stap bij je ademhaling
Het tintelende gevoel in je hand

Zelfs tranen,
aaiden mijn wangen.

maandag 15 maart 2010

-

Mijn vervlogen heden
ik voelde je vleugelslagen ruisen in de bomen
ik doorsneed met mijn ogen de stam
tot je spitse snavel
mijn mond pikte
ik klampte me vast
ik trok aan je veren
je vloog weg
zonder om te keren.

Mijn vervangen kreet
Hingen we in de bomen, omsloten we spinnenwebben uit lucht
die doolhoffen vormden
in de aders
van je handen
Vluchten, vloeiden
En toen liet ik je los
krachtig einde
toen liet jij mij los
Wij baden in sluwe ademhaling
het bloed vertrok uit je wangen.

Ware liefde.


Gelogen liefde.

dinsdag 9 maart 2010

Vandaag ben ik trots op mezelf.




Ik heb me haar geverfd
van mijn levenslang blond naar rood
Woehoe
en toen was ik er ook nog blij mee.


Voor de rest moet ik eigenlijk nog 10 paragrafen biologie leren voor overmorgen, 300 woorden voor frans voor morgen en een hele blok voor nederlandspw morgen voorbereiden.
maar ik ben zo euphorisch dat ik lekker geen ene flikker uitvoer.

zondag 7 maart 2010

wat ik, verwacht. ik verwacht het niet als ik het beter weet. en ik weet het beter aangezien ik je begrijp.



Ik mis me halve leven zo 'n beetje
iedereen is op de snelweg
ik heb mn zielstukjes te ver verstrooid
ik haal ze nooit meer in.


nee, ik ga je niet tegenhouden
ga maar, leef maar je droom
ik zie je ooit wel weer
mischien
in het bejaardentehuis
over 70 jaar
en dan zeg je, "ach wat was dat toch een moeilijk afscheid,
Ik vond je echt een leuk meisje toen."
En je lacht en roert in je thee
drie klontjes suiker.
En ik zeg,
"Ja, ik vond je ook een leuke jongen."


Veel gebeurd he.

Ja, veel gebeurd.

Houden van.


Leuk vinden.
Gelukkig zijn met iemand.
Pret hebben met iemand

Te
snel
gevonden.


Houden van.
Intens gelukkig zijn met iemand
weerspiegelen in iemand.

Zoeken.

zondag 28 februari 2010

Ik had vannacht zóóó een rare droom.







Ik droomde vannacht over de ondergang van de wereld.
Ik zat met alle mensen die ik kende in een klaslokaal, en mevrouw sijstermans vertelde dat de wereld onder zou gaan, en nikki en ruben en siemie stonden naast me.
Toen werden we allemaal naar een soort van theaterzaal gebracht ,ik wist dat daar de gehele wereldbevolking zat.
Ze zaten op stoelen, voor hun een podium, de stemming was aangespannen en verdrietig, angstig.
Ik zat vooraan met silvana en sharon,voor de rest zag ik niemand die ik kende.
Een wetenschapper stapte naar voren en schreef op een bord:
Minimum: De verstoring van de melkweg
Maximum: De verstoring van het gehele universum.
Mensen luisterden wereldmuziek en praatten, ik keek om of ik iemand zag die ik kende, maar ik zag niemand.
Opeens begon de bodem te trillen. Mensen schreeuwen en keken angstig naar het podium, waar we iets massaals, verstorends aan hoorden komen.
Ik realliseerde me dat ik in de eerste rij zat, pakte een van de touwen waar je het gordijn op het podium mee dichtbind, nam aanloop en vloog door de zaal heen, 1,2,3 keer tot ik ver genoeg kwam en ik liet me helemaal achterin in een hoekje vallen, naast een klein meisje. Toen ging alles heel snel. Ik hoorde mensen vooraal schreeuwen toen tonnen perzikken (???!!!!) op het podium kwamen rollen, miljarden, grote, zware perzikken. De druk op de achterste rij waar ik stond was enorm, iedereen wou weg, ik zag dat het meisje naast me zich rustig op de grond zette met haar armen over zich heen en ik deed haar na, geen seconde later werd alles boven mij zwart en zwaar van de miljoenen perzikken die over mijn kop heen rolden.
Ik herinnerde me vage dat perzikken mijn lievelingsfruit was, in die droom.
Toen ik naar boven gekrabbeld was, terug naar de eerste rij, stond daar silvana, en ze zei dat de rest van de mensen vooraan doodgedrukt waren door de perzikken.
In het midden en achteraan stonden de mensen nou in de gangen, ik rende door de middengang en kwam bij mijn moeder, blij dat ik nog leefde, knuffelde eerst mijn zusjes en toen haar, mama keek me scheef aan en zei; „Jij hebt mijn tshirt aan!“ en ik zei; "nee die is van mij!" En toen antwoorde ze „oja.“ En ik ergerde me dat ze zelfs in deze situatie nog met zo iets kleins onbelangrijks aan kwam zetten.
Toen zag ik simone, ruben en nikki nog op me af komen
en toen was me droom afgelopen.

Maar goed dat het maar een droom was
en we niet op een dag
door miljoenen perzikken
doodgedrukt worden

maandag 15 februari 2010

Spiraaldenken.



We cirkelen ons heel leven lang.
Ook de mens is uit cirkels opgebouwd, die allemaal tot een kern voeren, het binnendste, omsloten van al onze gedachtes, hopen, wensen, dromen, gevoelens, reflecties.

Als alles een cirkel is, is er geen goed en geen slecht.
Niet in de vorm van twee zijdes: Het gaat allemaal in elkaar over, geleidelijk, soms lijkt het voor ons frontaal te gaan, maar ook dat is slechts een waarneming van onze gedachtes.
Als we leren met de cirkel mee te gaan, niet dwangvol proberen alleen maar aan de goede kant te leven, en die tijd die we nodig hebben om terug naar de slechte te cirkelen, niet te remmen, dan hebben we de grootste kans op een gelukkig leven.
De binnendste krans van ons is die van de liefde;
Maar tegelijkertijd is het ook de buitendste, de binnendste reflecteerd het scherm op de buitenste. Het belangrijkste, om een mooi leven te leiden, is om in je eigen, binnendste kern die je vanaf je kindheid meegekregen hebt, en hem uittebreiden, plaats te scheppen voor je eigen individu, een geborgen plek in je eigen middenste te vinden om te leven.
Mensen die deze binnendste kern niet ,of voor een klein deel van geboorte aan mee hebben gekregen, ( Denk aan een gestoorde kindheid.) hebben vanzelf grotere problemen, om in hun eigen leven geborgenheid te voelen, ieder mens zoekt
GEBORGENHEID.

Liefde omsluit, en ís tegelijkertijd alles.
Onze gedachtes zijn sterk en groeien vanuit een ondoorzichtig midden uit, ze hebben veel kracht, macht in zich, ze groeien met elke ademhaling en brengen ons dichter bij de kern van het zijn.

Alles is alles.
Niets is niets.
Tegelijkertijd.

Voelen en denken zijn tegenpolen, maar leven toch met elkaar in één kern.
Dat maakt ons tot een bevoordeeld en tegelijk een benadeeld ras,
als de mens het voor elkaar krijgt, deze twee eigenschappen die toch zo waardevol zijn, in één te krijgen, dan ziet hij horizonten, die voor elk ander levend wezen afgesloten zijn.


Met elke stap die we zetten, cirkelen we terug naar onze oorsprong.
Het leven is een reis, een spirituele reis, cirkelend dieper, in richting kern, waar tegelijkertijd licht is voor een nieuw begin.
Wij worden in ons zijn vanzelf tot een gevoeld einde toegetrokken, dus streven we naar een begin.

woensdag 10 februari 2010


Jij bent
Verloren in mijn ademhaling
Opgesloten in mijn ogen, verdwaald
In mijn eigen
Zielstuinen
Waar je woorden bloeien
Ik vloei
In je armen weg, ik smelt
Tot de bodem
En de schimmen zingen
Klankloos in een meer van emoties
Jij creeerd de zachte groet
Gevoeld in de laatste inktnacht
Iets nadert, stappen weerkaatsen, trappen
Mijn spiegel kapot
Ik vervloog met mijn laatste stap
Boven aarde
Ademloos kijk ik toe
Bij je laatste vlucht.
-

zaterdag 30 januari 2010

Geloof.



Ik geloof niet in het Christendom.
niet in het Jodendom, niet in het Islamitische geloof,
niet echt in Buddha en ook niet in hindoe.
Niet volledig in mezelf.

Geloof je dan in, niets?
In niets en alles.
Ik geloof in de kern, van deze geloven
Dat Jezus zei, houd van de mensen om je heen.
Dat Buddha zei, met onze gedachtes creéren we de wereld.
Zoek je naar vrede, vind eerst vrede met jezelf.
Daar heb je volgens mij geen pastoor voor nodig die je elke zondag wat in je oor toeterd.
Geen Koran of Bijbel, die je zegt hoe je moet leven en wat goed en slecht is.
Geloven zijn voor mij uitgegroeid tot iets, wat ik vrees.
Sektes.
Een voorbeeld daarvan is, een broer die zijn eigen zus vermoord, alleen omdat ze met een jongen naar bed is geweest, en dat mag niet voor het huwelijk.
De zware achterstelling van de vrouw.
Veel dingen zijn zo enorm letterlijk genomen, ofhoewel de kern vaak veel dieper te zoeken is.
Geloof in de zin van, geloof á la Christendom, Islam, Hindoe etc,
Is voor mij dus iets wat door corrupte en onderdrukkende mensen is gevormd
Die hun macht schaamteloos misbruiken, om mensen maar onder hun duimpje te houden.

Dus, dat waar ik in geloof, valt in geen heilig boek te lezen.
dat voel alleen maar
in jezelf.
Zoals volgends mij alle antwoorden op je vragen, maar dat is weer een ander verhaal.

donderdag 28 januari 2010

hier, een verhaal over baart de piraat en mirimaan. omdat wij fucking famous worden.



Oké, ik vertel een verhaaltje over 'Bakker Baart' en 'de Niet Zo Heel Erg Machtige Mirimaan'.

Op een ijskoude winterdag in de eh, in de winter dus, gingen Mirimaan en Bakker Baart een prachtige sneeuwpop maken. De sneeuw plakte aan hun zolen, en hun oren vroren eraf. Natuurlijk was het Mirimaans idee om in deze sneeuwstorm een fucking sneeuwpop te gaan maken, maar Bakker Baart kon niet weigeren omdat Mirimaan haar vader op hem had afgestuurd. Dus ze waren gezellig een sneeuwpop aan het maken, met vader Sentler op de achtergrond met een knuppel ter grote van een lantaarnpaal in zijn handen.

Mirimaan was druk bezig een mooie bal te rollen, maar het enige waar Baart zich druk over maakte was zijn leven, en hoe hij kon ontsnappen aan deze onderdrukking. Het kijken alleen al naar het wapen in de handen van meneer Sentler, deed hem 9 kleuren in de broek schijten.

Maar, en wat een geluk, de vader van Mirimaan moest even naar de WC. Maar hij had geen kompas, geen thermosfles, geen vloeibaar voedsel, geen klim uitrusting en geen helm bij, dus de kans dat hij in deze sneeuwstorm de weg terug naar zijn huis zo vinden, was nihil.

Baart beschikte over magische krachten, en begon de zogenaamde zomerdans.
Nadat hij deze zéér complexe dans had afgerond, die bestond uit het op en neer springen en zo hard mogelijk op de grond stampen, begon de sneeuw te smelten. Alles werd water, en de zon kwam hoog aan de hemel te staan.

Mirimaan verdronk bijna in de kolkende rivier die het gesmolten sneeuw had gevormd, maar Bakker Baart kwam haar natuurlijk redden. Daar kreeg hij echter al snel spijt van, want de hele weg terug naar huis praatte Mirimaan alleen maar over Radiohead, schilderen, tuinbroeken, lookbook, wooden arms en pannekoeken.

Toch leefde Baart en Mirimaan nog lang en gelukkig.

-

Op een dag werd er een limonadefeestje gehouden op de maan en de beruchte zuiplap Baart de Piraat was natuurlijk weer van partij.
Aan de overkant, op Uranus werd er ondertussen een wild wodka&bierfeestje gehouden, en Bart zat daar eenzaam met al die kleuters en staarde naar de verre overkant ,wensend dat de grens (Die bestond uit onder 16-jarig en boven 16-jarig) in een vuurbal die langs kwam schieten zou verbranden.

Die eckte G'S deden naar tegen Baart en hij stapte in zijn spaceshuttle om hun toch even flink een lesje te leren. Toen hij uitstapte slipte hij op zijn baart uit en zag uit een ooghoek hoe miriams vader op hem af kwam rennen met een hele boel mocros met dikke knuppels achter zich aan.
Hij riep om hulp, en toen schoot er een mirimaan uit de grond, like, PLOP en zei oinkieminkitodoinkie en bart verdween in een blauwe sterrenwolk.

Toen hij weer wakker werd (Onze hoofdpersoon word graag en vaak bewusteloos zonder reden, gewoon om even lekker de aandacht te trekken), stond hij alleen op een bloedschone planeet (Venus) en huilde bakken tranen omdat hij links diep diep onder hem zijn limonadefeestje zag en boven hem Uranus met zijn G feestje .
En hij huilde tot Venus oploste en hij erdoor heen viel weer terug op de maan.
Daar schreef hij naameticetten op de glaasjes van de kleutertjes (allemaal met duivelse blikken) tot hij moe werd.

En toen stond daar God en deed toe toe toeter op zijn spacescooter en toen won Bart de bingo en van het geld kocht hij een nieuw spaceship en een jon hopkins cd.

Einde. (kabouter wesley accent.)




een blog
over me favo piraat
favo baart
favo jezus

haha.

Omdat hij de grappigste persoon is die ik ken
en hij ook een blogbericht verdiend
Zo.

zaterdag 23 januari 2010




Door sommige mensen
lijkt het licht
niet alleen
uit de hemel te komen.

zondag 17 januari 2010

Jammer, dat we zo vroeg uit elkaars lichtpoorten zijn vertrokken.




"Ik mis je.
Zeg dat maar niet."



"Wij" smolt weg samen met het sneeuw onder onze voeten
Verdwaalden in wegloos zwart
Cirkelden naar elkaar toe, stootten elkaar af
Niet zonder
En niet met jou
Kan ik voelen
Wat zachte golven in me slaat.

Nacht fluisterde mijn angstvol bedrog
Waarin we elkaar verloren
Enkele minuten,
luister
voel
de verklaring
voordat, hij
verdwijnd
in jou
in, mij
wij zijn verdwenen voordat daglicht op mijn huid tintelde
Je sloot jezelf op voor mij.
sprong in een zet door mij heen.


Jammer dat we zo vroeg uit elkaars lichtpoorten zijn vertrokken.

donderdag 14 januari 2010

Mijn heden, jouw verleden.


Ik was de vraag verloren.
hij beefde in mijn handen, bang om gesteld te worden
gesteld
neergezet
voor antwoorden die hem schuldig lieten voelen.
krachtige antwoorden
pijlsnel, gericht
oneindig veel
Gestolen voor mijn ogen
mijn spiegel vervlogen
vandaag.

dus liet ik hem maar vallen.
En hij brak
onder je voeten weg

En ik zonk weer tot de bodem.
Waar holtes diepte beloofden,
stille dieptes waarin ik, een eindje zwaarteloos
kon voelen
om te begrijpen, vergeten
Jij was niet langer, mijn prachtvol
heden
de dag die we vervulden met perfectie
Was verdwenen.
We liepen
steeds sneller op elkaar af
te vroeg,
liep jij met het geluid van
gebroken glas
door mij heen
mischien, over mij heen.
mischien een vlucht
mischien een nieuw einde
maar een einde is een begin
en ik stort geluidsloos terug
zonder vragen geen antwoorden.

donderdag 7 januari 2010

ik ben in je verdwaald, jammer genoeg ben je wegloos.


Mijn voeten schuurden langs asfalt, De straat schreeuwde me aan. Mensen verdwenen in schaduwen, werden vervoerd aan de bizar zwaarteloze sneeuw, verdwenen in zijn wegloze afgronden, en ik zocht naar je hand in de duisternis maar je was voort.

Eerst wou ik schreeuwen. iemand aanschreeuwen, ook als het maar de hemel was, die doorkrasd werd door inktzwarte vogelbomen, ik voelde hun blik in mijn rug, je bleek onmogelijk te zijn.
Maar toen zwol angst in me op, en ik hield mijn mond en mijn hakken sprongen in grote passen over de grond, rennen voelde beter.
Silhouetten onder straatlantarens, gevluchte lichten, stilte verpakt in grijze muren.
En ik dacht er even aan dat mensen sliepen, de hele stad droomde.
En dat ik niet bang hoefde te zijn.
Dat morgen het licht de nacht weer verdronk en dat ik weer stemmen zacht vloeiend zou horen, Mijn nachtmerrie verzadigde even in het stilstaan van mijn schaduw.
Maar, toen tikten voetstappen steeds sneller wordend over straat, een rechte lijn getrokken van klanken die botsten, in mijn hoofd samensloegen en ik brak ,sprong, vloog weer verder.
Je verdween bij de volgende hoek.
Ik hoorde je roepen, maar ik wou alleen nogmaar weg.
Weg van jou waarin ik verdwaald was, jammer genoeg was je wegloos.
Maar tegelijkertijd
waren we verbonden
of, ik veelmeer, vastgebonden.
aan jou.
En ik kwam altijd terug, ik wist het.
Maar voor dit moment, wou ik alleen maar vergeten,
rennen, vliegen, vluchten.
Voor jou.