zaterdag 30 januari 2010

Geloof.



Ik geloof niet in het Christendom.
niet in het Jodendom, niet in het Islamitische geloof,
niet echt in Buddha en ook niet in hindoe.
Niet volledig in mezelf.

Geloof je dan in, niets?
In niets en alles.
Ik geloof in de kern, van deze geloven
Dat Jezus zei, houd van de mensen om je heen.
Dat Buddha zei, met onze gedachtes creéren we de wereld.
Zoek je naar vrede, vind eerst vrede met jezelf.
Daar heb je volgens mij geen pastoor voor nodig die je elke zondag wat in je oor toeterd.
Geen Koran of Bijbel, die je zegt hoe je moet leven en wat goed en slecht is.
Geloven zijn voor mij uitgegroeid tot iets, wat ik vrees.
Sektes.
Een voorbeeld daarvan is, een broer die zijn eigen zus vermoord, alleen omdat ze met een jongen naar bed is geweest, en dat mag niet voor het huwelijk.
De zware achterstelling van de vrouw.
Veel dingen zijn zo enorm letterlijk genomen, ofhoewel de kern vaak veel dieper te zoeken is.
Geloof in de zin van, geloof á la Christendom, Islam, Hindoe etc,
Is voor mij dus iets wat door corrupte en onderdrukkende mensen is gevormd
Die hun macht schaamteloos misbruiken, om mensen maar onder hun duimpje te houden.

Dus, dat waar ik in geloof, valt in geen heilig boek te lezen.
dat voel alleen maar
in jezelf.
Zoals volgends mij alle antwoorden op je vragen, maar dat is weer een ander verhaal.

donderdag 28 januari 2010

hier, een verhaal over baart de piraat en mirimaan. omdat wij fucking famous worden.



Oké, ik vertel een verhaaltje over 'Bakker Baart' en 'de Niet Zo Heel Erg Machtige Mirimaan'.

Op een ijskoude winterdag in de eh, in de winter dus, gingen Mirimaan en Bakker Baart een prachtige sneeuwpop maken. De sneeuw plakte aan hun zolen, en hun oren vroren eraf. Natuurlijk was het Mirimaans idee om in deze sneeuwstorm een fucking sneeuwpop te gaan maken, maar Bakker Baart kon niet weigeren omdat Mirimaan haar vader op hem had afgestuurd. Dus ze waren gezellig een sneeuwpop aan het maken, met vader Sentler op de achtergrond met een knuppel ter grote van een lantaarnpaal in zijn handen.

Mirimaan was druk bezig een mooie bal te rollen, maar het enige waar Baart zich druk over maakte was zijn leven, en hoe hij kon ontsnappen aan deze onderdrukking. Het kijken alleen al naar het wapen in de handen van meneer Sentler, deed hem 9 kleuren in de broek schijten.

Maar, en wat een geluk, de vader van Mirimaan moest even naar de WC. Maar hij had geen kompas, geen thermosfles, geen vloeibaar voedsel, geen klim uitrusting en geen helm bij, dus de kans dat hij in deze sneeuwstorm de weg terug naar zijn huis zo vinden, was nihil.

Baart beschikte over magische krachten, en begon de zogenaamde zomerdans.
Nadat hij deze zéér complexe dans had afgerond, die bestond uit het op en neer springen en zo hard mogelijk op de grond stampen, begon de sneeuw te smelten. Alles werd water, en de zon kwam hoog aan de hemel te staan.

Mirimaan verdronk bijna in de kolkende rivier die het gesmolten sneeuw had gevormd, maar Bakker Baart kwam haar natuurlijk redden. Daar kreeg hij echter al snel spijt van, want de hele weg terug naar huis praatte Mirimaan alleen maar over Radiohead, schilderen, tuinbroeken, lookbook, wooden arms en pannekoeken.

Toch leefde Baart en Mirimaan nog lang en gelukkig.

-

Op een dag werd er een limonadefeestje gehouden op de maan en de beruchte zuiplap Baart de Piraat was natuurlijk weer van partij.
Aan de overkant, op Uranus werd er ondertussen een wild wodka&bierfeestje gehouden, en Bart zat daar eenzaam met al die kleuters en staarde naar de verre overkant ,wensend dat de grens (Die bestond uit onder 16-jarig en boven 16-jarig) in een vuurbal die langs kwam schieten zou verbranden.

Die eckte G'S deden naar tegen Baart en hij stapte in zijn spaceshuttle om hun toch even flink een lesje te leren. Toen hij uitstapte slipte hij op zijn baart uit en zag uit een ooghoek hoe miriams vader op hem af kwam rennen met een hele boel mocros met dikke knuppels achter zich aan.
Hij riep om hulp, en toen schoot er een mirimaan uit de grond, like, PLOP en zei oinkieminkitodoinkie en bart verdween in een blauwe sterrenwolk.

Toen hij weer wakker werd (Onze hoofdpersoon word graag en vaak bewusteloos zonder reden, gewoon om even lekker de aandacht te trekken), stond hij alleen op een bloedschone planeet (Venus) en huilde bakken tranen omdat hij links diep diep onder hem zijn limonadefeestje zag en boven hem Uranus met zijn G feestje .
En hij huilde tot Venus oploste en hij erdoor heen viel weer terug op de maan.
Daar schreef hij naameticetten op de glaasjes van de kleutertjes (allemaal met duivelse blikken) tot hij moe werd.

En toen stond daar God en deed toe toe toeter op zijn spacescooter en toen won Bart de bingo en van het geld kocht hij een nieuw spaceship en een jon hopkins cd.

Einde. (kabouter wesley accent.)




een blog
over me favo piraat
favo baart
favo jezus

haha.

Omdat hij de grappigste persoon is die ik ken
en hij ook een blogbericht verdiend
Zo.

zaterdag 23 januari 2010




Door sommige mensen
lijkt het licht
niet alleen
uit de hemel te komen.

zondag 17 januari 2010

Jammer, dat we zo vroeg uit elkaars lichtpoorten zijn vertrokken.




"Ik mis je.
Zeg dat maar niet."



"Wij" smolt weg samen met het sneeuw onder onze voeten
Verdwaalden in wegloos zwart
Cirkelden naar elkaar toe, stootten elkaar af
Niet zonder
En niet met jou
Kan ik voelen
Wat zachte golven in me slaat.

Nacht fluisterde mijn angstvol bedrog
Waarin we elkaar verloren
Enkele minuten,
luister
voel
de verklaring
voordat, hij
verdwijnd
in jou
in, mij
wij zijn verdwenen voordat daglicht op mijn huid tintelde
Je sloot jezelf op voor mij.
sprong in een zet door mij heen.


Jammer dat we zo vroeg uit elkaars lichtpoorten zijn vertrokken.

donderdag 14 januari 2010

Mijn heden, jouw verleden.


Ik was de vraag verloren.
hij beefde in mijn handen, bang om gesteld te worden
gesteld
neergezet
voor antwoorden die hem schuldig lieten voelen.
krachtige antwoorden
pijlsnel, gericht
oneindig veel
Gestolen voor mijn ogen
mijn spiegel vervlogen
vandaag.

dus liet ik hem maar vallen.
En hij brak
onder je voeten weg

En ik zonk weer tot de bodem.
Waar holtes diepte beloofden,
stille dieptes waarin ik, een eindje zwaarteloos
kon voelen
om te begrijpen, vergeten
Jij was niet langer, mijn prachtvol
heden
de dag die we vervulden met perfectie
Was verdwenen.
We liepen
steeds sneller op elkaar af
te vroeg,
liep jij met het geluid van
gebroken glas
door mij heen
mischien, over mij heen.
mischien een vlucht
mischien een nieuw einde
maar een einde is een begin
en ik stort geluidsloos terug
zonder vragen geen antwoorden.

donderdag 7 januari 2010

ik ben in je verdwaald, jammer genoeg ben je wegloos.


Mijn voeten schuurden langs asfalt, De straat schreeuwde me aan. Mensen verdwenen in schaduwen, werden vervoerd aan de bizar zwaarteloze sneeuw, verdwenen in zijn wegloze afgronden, en ik zocht naar je hand in de duisternis maar je was voort.

Eerst wou ik schreeuwen. iemand aanschreeuwen, ook als het maar de hemel was, die doorkrasd werd door inktzwarte vogelbomen, ik voelde hun blik in mijn rug, je bleek onmogelijk te zijn.
Maar toen zwol angst in me op, en ik hield mijn mond en mijn hakken sprongen in grote passen over de grond, rennen voelde beter.
Silhouetten onder straatlantarens, gevluchte lichten, stilte verpakt in grijze muren.
En ik dacht er even aan dat mensen sliepen, de hele stad droomde.
En dat ik niet bang hoefde te zijn.
Dat morgen het licht de nacht weer verdronk en dat ik weer stemmen zacht vloeiend zou horen, Mijn nachtmerrie verzadigde even in het stilstaan van mijn schaduw.
Maar, toen tikten voetstappen steeds sneller wordend over straat, een rechte lijn getrokken van klanken die botsten, in mijn hoofd samensloegen en ik brak ,sprong, vloog weer verder.
Je verdween bij de volgende hoek.
Ik hoorde je roepen, maar ik wou alleen nogmaar weg.
Weg van jou waarin ik verdwaald was, jammer genoeg was je wegloos.
Maar tegelijkertijd
waren we verbonden
of, ik veelmeer, vastgebonden.
aan jou.
En ik kwam altijd terug, ik wist het.
Maar voor dit moment, wou ik alleen maar vergeten,
rennen, vliegen, vluchten.
Voor jou.