zondag 28 februari 2010

Ik had vannacht zóóó een rare droom.







Ik droomde vannacht over de ondergang van de wereld.
Ik zat met alle mensen die ik kende in een klaslokaal, en mevrouw sijstermans vertelde dat de wereld onder zou gaan, en nikki en ruben en siemie stonden naast me.
Toen werden we allemaal naar een soort van theaterzaal gebracht ,ik wist dat daar de gehele wereldbevolking zat.
Ze zaten op stoelen, voor hun een podium, de stemming was aangespannen en verdrietig, angstig.
Ik zat vooraan met silvana en sharon,voor de rest zag ik niemand die ik kende.
Een wetenschapper stapte naar voren en schreef op een bord:
Minimum: De verstoring van de melkweg
Maximum: De verstoring van het gehele universum.
Mensen luisterden wereldmuziek en praatten, ik keek om of ik iemand zag die ik kende, maar ik zag niemand.
Opeens begon de bodem te trillen. Mensen schreeuwen en keken angstig naar het podium, waar we iets massaals, verstorends aan hoorden komen.
Ik realliseerde me dat ik in de eerste rij zat, pakte een van de touwen waar je het gordijn op het podium mee dichtbind, nam aanloop en vloog door de zaal heen, 1,2,3 keer tot ik ver genoeg kwam en ik liet me helemaal achterin in een hoekje vallen, naast een klein meisje. Toen ging alles heel snel. Ik hoorde mensen vooraal schreeuwen toen tonnen perzikken (???!!!!) op het podium kwamen rollen, miljarden, grote, zware perzikken. De druk op de achterste rij waar ik stond was enorm, iedereen wou weg, ik zag dat het meisje naast me zich rustig op de grond zette met haar armen over zich heen en ik deed haar na, geen seconde later werd alles boven mij zwart en zwaar van de miljoenen perzikken die over mijn kop heen rolden.
Ik herinnerde me vage dat perzikken mijn lievelingsfruit was, in die droom.
Toen ik naar boven gekrabbeld was, terug naar de eerste rij, stond daar silvana, en ze zei dat de rest van de mensen vooraan doodgedrukt waren door de perzikken.
In het midden en achteraan stonden de mensen nou in de gangen, ik rende door de middengang en kwam bij mijn moeder, blij dat ik nog leefde, knuffelde eerst mijn zusjes en toen haar, mama keek me scheef aan en zei; „Jij hebt mijn tshirt aan!“ en ik zei; "nee die is van mij!" En toen antwoorde ze „oja.“ En ik ergerde me dat ze zelfs in deze situatie nog met zo iets kleins onbelangrijks aan kwam zetten.
Toen zag ik simone, ruben en nikki nog op me af komen
en toen was me droom afgelopen.

Maar goed dat het maar een droom was
en we niet op een dag
door miljoenen perzikken
doodgedrukt worden

maandag 15 februari 2010

Spiraaldenken.



We cirkelen ons heel leven lang.
Ook de mens is uit cirkels opgebouwd, die allemaal tot een kern voeren, het binnendste, omsloten van al onze gedachtes, hopen, wensen, dromen, gevoelens, reflecties.

Als alles een cirkel is, is er geen goed en geen slecht.
Niet in de vorm van twee zijdes: Het gaat allemaal in elkaar over, geleidelijk, soms lijkt het voor ons frontaal te gaan, maar ook dat is slechts een waarneming van onze gedachtes.
Als we leren met de cirkel mee te gaan, niet dwangvol proberen alleen maar aan de goede kant te leven, en die tijd die we nodig hebben om terug naar de slechte te cirkelen, niet te remmen, dan hebben we de grootste kans op een gelukkig leven.
De binnendste krans van ons is die van de liefde;
Maar tegelijkertijd is het ook de buitendste, de binnendste reflecteerd het scherm op de buitenste. Het belangrijkste, om een mooi leven te leiden, is om in je eigen, binnendste kern die je vanaf je kindheid meegekregen hebt, en hem uittebreiden, plaats te scheppen voor je eigen individu, een geborgen plek in je eigen middenste te vinden om te leven.
Mensen die deze binnendste kern niet ,of voor een klein deel van geboorte aan mee hebben gekregen, ( Denk aan een gestoorde kindheid.) hebben vanzelf grotere problemen, om in hun eigen leven geborgenheid te voelen, ieder mens zoekt
GEBORGENHEID.

Liefde omsluit, en ís tegelijkertijd alles.
Onze gedachtes zijn sterk en groeien vanuit een ondoorzichtig midden uit, ze hebben veel kracht, macht in zich, ze groeien met elke ademhaling en brengen ons dichter bij de kern van het zijn.

Alles is alles.
Niets is niets.
Tegelijkertijd.

Voelen en denken zijn tegenpolen, maar leven toch met elkaar in één kern.
Dat maakt ons tot een bevoordeeld en tegelijk een benadeeld ras,
als de mens het voor elkaar krijgt, deze twee eigenschappen die toch zo waardevol zijn, in één te krijgen, dan ziet hij horizonten, die voor elk ander levend wezen afgesloten zijn.


Met elke stap die we zetten, cirkelen we terug naar onze oorsprong.
Het leven is een reis, een spirituele reis, cirkelend dieper, in richting kern, waar tegelijkertijd licht is voor een nieuw begin.
Wij worden in ons zijn vanzelf tot een gevoeld einde toegetrokken, dus streven we naar een begin.

woensdag 10 februari 2010


Jij bent
Verloren in mijn ademhaling
Opgesloten in mijn ogen, verdwaald
In mijn eigen
Zielstuinen
Waar je woorden bloeien
Ik vloei
In je armen weg, ik smelt
Tot de bodem
En de schimmen zingen
Klankloos in een meer van emoties
Jij creeerd de zachte groet
Gevoeld in de laatste inktnacht
Iets nadert, stappen weerkaatsen, trappen
Mijn spiegel kapot
Ik vervloog met mijn laatste stap
Boven aarde
Ademloos kijk ik toe
Bij je laatste vlucht.
-