zaterdag 24 april 2010

Volwassen worden.



"Fifteen...sixteen, what's the difference?" said Margot, "I want you to stay next door forever."
"I can't," said Mitchell, " I do not want to go wake up in the same old bed and eat breakfast in the same old kitchen. Every room in my house is the same old room, because I have lived there too long.


Vandaag aaide de lucht mijn wangen
Mijn voeten cirkelden steeds sneller door de lucht,
mijn handen grepen lichtelijk het stuur en lieten ze soms
voor enkele momenten, los
Met elk stukje zonlicht ademde ik vrijheid.
En ik moest denken aan mijn toekomst
Dat ik de weg van mamas naar papas huis wel ging missen.
Elke steen hier, zelfs die kleine vervelende hond van de buurvrouw waar Lisa ooit in de zomer limonade over gegoten had.
Al mijn vrienden, die maar een of twee straten verderop wonen.
De magnoliaboom in het park waar ik vroeger met mijn zusje onder zat en "parfum" maakte.
Het grote witte huis dat je vanuit het schuurdak van de boer ziet, waar Amelie woont en altijd al woonde.
De busreis in lijn 28, trouw elke morgen om 8:00 precies bij het bussstation, 69 stappen verderop.
En dat alles over 2/3 jaar afsluiten, achterlaten wil ik niet zeggen, voor Amsterdam, een Kunststudie, de voor mij ultieme vrijheid en een rode spaghettikom.

woensdag 21 april 2010



De zachte schimmen van de bloesemsilhouetten
Kleuren spookgedaantes in het hemeldoek
Mijn stem scheurt gaten in de stilte
Die geluidloos, als gedachtenschimmen in een roes
Door de onbevaren rivieren onder je ogen glijden
ik zeil met mijn blik door de diepte van wolkenmeren
mijn handen doorkamden ruw de laatste zielsnacht
op zoek naar het eerste vonkje ochtend
dat mij absorbeerd, mij redding geeft
In de kolkende stromen van mijn gedachtes
Ondergegaan voordat het leven wederkeerde
Vervluchtigd, ik adem zwarte stukjes duisternis.

woensdag 14 april 2010


Vandaag rees ik in mezelf
Als een opkomende kring vol warmte
Vervangen in mijn eigen stralen
Verzonken in mijn eigen tranen
Mijn ogen werden lichtpoorten
Waarmee ik door mijn zielstuin wandelde
Mijn woorden bloeiden in je zoete lach.

Gevluchte scherven van geluk, lichtvoetig dansend
Op de meren van mijn kwetsbaarheid
De donkere gedaantes achter gebroken spiegels
De stroom van leven, ruisend in mijn oren
Gesloten ogen, belangloze woorden
Ik weerspiegelde
In het kralenoog van mijn zielsvogel.
Ik dreef in mijn zijn
tot de realiteit mijn vlot brak.

Ergens in de diepste sloten
Waar water dwarreld in een spiraal tot de kern
Waar silhouetten als lichtjes drijven
Enkele, stukjes van bestaan
Kwam ik jou tegen.
-

maandag 5 april 2010




Mijn blik kruisigde jouw tocht
Door zonlicht gevlochten, in mijn glazen ogen gebroken
Cirkelende stralen vervormend de zachte kus
die in mij rust
En ik snak naar adem door mijn inktverloren belofte
Woorden die mijn zielvogel met enkele vleugelslagen verband
Verbrand op mijn tong, gefluisterd door zijn kralenogen
En ik bond hem vast, hield hem in mijn hand
Blijf badend in mijn zielslicht, blijf transparant in mijn grijze nacht
Tot mijn verloren poorten sluiten, jouw roes vervuld
Jouw bestaan dwarreld
Ik verloor je in onze laatste inktnacht.