vrijdag 4 juni 2010



Het was vroeg in het zijn toen de grote kraaivogel het zachte dode licht van opkomende zon op zijn schaduwsilhouette opving,
Zijn ogen waren schaduwstromen en elke traan vormde een nieuw touw naar de aarde; Zijn vrijheid begrenst in medelijden, zijn zielswens verscheurd door golvende ademhaling.

Wat hij voelde viel niet te beschrijven, wat hij dacht evenmin.
Hij had alle wereldkennis in zich opgesloten, elk splintertje in zijn glaslichaam voelde voldaan en in evenwicht, en toch miste hij iets, toen hij door de stralende wolkenmeren opsteeg begeleid door het kraken en rinkelen van zijn eigen lichaam;
Mischien was het de nacht
de duistere inktmeren, de stilte in zijn ogen
Mischien de warmte,
smeltende beken in zijn schouderbladen, vloeiende pijn
Mischien zijn eigen grenzen en zomee dat wat in zijn grenzen opgesloten zat.

1 opmerking:

  1. Ah, een compliment van iemand die kritisch is, is het meest waard, denk ik.

    Je kunt er zelf trouwens ook wat van. En: Jónsi! Tof! Ik dacht eens: Goh, leuk die Jónsi, maar wel erg Sigur Ros-copycat. Het was een van mijn minder heldere dagen.

    BeantwoordenVerwijderen