dinsdag 17 augustus 2010

Ver van huis.

Ik ben zoveel meer dan deze zwarte spiegel die me ver op zijn golven draagt en op andere dagen naar beneden trekt.
Wat het ook is, daar in de dwarrelende diepte van mijn gevoelsmeer, Wat me ook van binnenuit steeds weer laat bezwijken, ik moet het grijpen en stukje bij stukken laten bloeden, in zijn ogen kijken, dwars door zijn vuurmeer recht in mijn lichtblauwe waarheid. Terugvinden, woorden en vormen die nu verbannen lijken uit mijn zielspoorten.

Hoe groter mijn verlangens hoe dodelijker ze zijn voor mijn bestaan
Deste meer ik zie wat ik wil zijn deste meer sterft mijn bodem af, ik hou je vast met een tedere omhelzing maar wanneer ik mijn hand open is mijn geheel gebroken, je slaat om in paniek, met blote hand brul je op me in. geheel vervormt door de angst om niet diegene te zijn die ik sinds kort zijn móet, sterker. waarnaar alles in me schreeuwt, een vreemde die me al erg lange tijd begeleid, alles in afgrijselijk fel licht baad. onmogelijk mijn eigen sterkte te zien. Waar ben je teder klein meisje? Waar is je lichtwitte oogbal, je donkerblauw wolkenmeer gebleven?
Je keek er zo graag doorheen.


Soms is het net verdoving die met golven me slaapkamer binnenrolt, en zo diep ik ook in lieve conversaties en entertainment kruip, het zit daar en wacht tot de volgende eenzame ademhaling.

Moet ik over mij heen zijn? moet ik verwerkt hebben, moet alles buiten en gereinigd zijn, of is dat een aanzicht die mijn ogen slechts verduisterd en water laat wurgen?
Ik huiver over je, over je woorden en mijn afhankelijkheid
Ik wil van je af, of ik wil je zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen