zondag 26 september 2010

Jy suis jamais allé.

We allen vluchtigen sneller dan schaduwen over het hemeldek
Ik open mijn ogen een vleugelslag lang,
werp mijn blik in jouw lichtpoorten en zie mijn silhouette drijven, tot hij ondergaat in de kolkende dieptes van je pupil.
Je went je blik af.
Ik strijk over je huid, verberg mijn klanken en trek me terug achter tranenmuren,
versluit mijn lichtpoorten voor je ijzere stiltes.

Will je terug? Fluister jij. Ik drijf even in het meer dat je vraag creeert, dan knik ik zachtjes. Je handen vinden demijne. Ze zijn net zo koud als jij, je vingertoppen breken op mijn huid als ijs in ochtendzon.
Je stuwt rook in het luchtledige, zuigt mijn antwoord met enkele wolken in je. Ik huiver.
De duisternis daalt met zachte stappen op ons neer, ik dek me ermee toe, verlies me enkele momenten in de golven van je adem.
Wanneer ik weer bovenduik zijn je lichtpoorten gesloten.
Ik kruip in de geborgenheid diep in je,
welwetend van onze laatste Inktnacht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen